De Vliet, méér dan een vaarweg

Kijkje in de historie van de Vliet
De Romeinse veldheer Corbulo liet in 47 na Chr een gracht graven. Later werd dit vaarwater, wat in de middeleeuwen een belangrijke verbinding was tussen de Oude Rijn en de Maas van allerlei handel in Holland, de Vliet genoemd. Er ontstond allerhande bedrijvigheid: molens werden gebouwd evenals werkplaatsen en opslagplaatsen van handelswaar. Den Houtzaagmolen de Salamander (1643) werd enige jaren geleden in volle glorie hersteld.Het gebied rond de Vliet had een enorme aantrekkingskracht op de rijkere families, zij richten buitenplaatsen in en bouwden prachtige landhuizen. De landgoederen sprongen in het oog door hun vaak bijzondere tuinen. (bron gemeente Leidschendam-Voorburg)

De Leidse economie was bijna volledig afhankelijk van de textielnijverheid. Toen deze als gevolg van de grote concurrentie uit Engeland en Brabant inzakte, kwam de klap dus hard aan. In 1670 had de stad 70.000 inwoners, een eeuw later was dit aantal gehalveerd. Er ontstond grote leegstand, veel huizen werden afgebroken. Alleen de rijken teerden in de achttiende eeuw nog op de kapitalen die ze een eeuw daarvoor vergaard hadden. In de winter bewoonden zij hun huizen aan Rapenburg en Breestraat, die ze steeds naar de laatste mode wijzigden. In de zomer ontvluchtten ze de stinkende verwaarloosde stad en verbleven ze in hun theekoepels en buitenplaatsen in het omringende land, langs het water van de Rijn, de Mare, de Vliet en de singels. Veel van deze theekoepels en buitenhuizen zijn er nog, opgenomen in de latere stedelijke bebouwing. (bron hollandrijnland)

In 1282 verleende Floris V van Holland marktrechten aan Voorschoten. Het langgerekte plein met dorpspomp, oude lindebomen en gaslantaarns is een beschermd stadsgezicht. Aan de zuidkant van Voorschoten ligt het Kasteel Duivenvoorde dat al ruim zeven eeuwen (sinds 1226) particulier bezit is.

In Huygens’ dagen was de buitenplaats Hofwijck in Voorburg een uur gaans per trekschuit vanuit Den Haag. Constantijn Huygens (1596-1687) was een fascinerende, veelzijdige man. Raadsheer van de stadhouders van Oranje en in zijn vrije tijd een kundig beoefenaar van kunst en wetenschap. Huygens liet Hofwijck naar eigen ontwerp aanleggen, een harmonische omgeving waar hij zich terugtrok wanneer hij de drukte en de politieke woelingen van het Haagse leven wilde ontvluchten. ( (bron museum Hofwijck)

De buitenverblijven schoten ook in Rijswijk in de 17e en 18e eeuw als paddenstoelen uit de grond. Het gebied langs de Vliet was een een gewilde locatie voor hen die het zogenoemd goed hadden. In de winter was het een stuk rustiger langs de Vliet, dan trokken de bewoners terug naar de stad. In de goede tijd stonden er wel 30 fraaie panden nabij en aan de Vliet. Een aantal van deze buitenhuizen is nog steeds te bewonderen. Onder natuur en erfgoed kunt u hier meer informatie over vinden.

De Haagvliet of trekvliet is een zijarm van de Vliet. Deze zijarm loopt vanaf de uitspanning Drievliet. Over de Haagvliet ligt een oude spoorbrug, naar zeggen de oudste van Nederland.
In de 14e eeuw waren de Venestraat en Hoogstraat In Delft winkelstraten. Hier was natuurlijk geen sprake van de kledingboetieks die we er tegenwoordig aantreffen, maar wel van slagers, bakkers en andere "kleine zelfstandigen". Andere bedrijven en winkels vestigden zich aan de kades langs de eerste stadsgracht (Spui). Schepen vanuit Delft konden via de Vliet en het Spui de binnenstad bereiken
(bron historie Den Haag)
De tijden zijn dan vervlogen, de Vliet is een heerlijke plek gebleven. De natuur is verrassend en weids, de monumentale panden een lust voor het oog.

De Vliet wordt beheerd en onderhouden door de provincie Zuid-Holland. De Vliet wordt ook wel Rijn-Schiekanaal genoemd en heeft tussen Leiden en Delft 25 bruggen en 1 sluiscomplex. Enerzijds is de Vlietvan regionaal belang voor het beroepsgoederenvervoer en vormt de verbinding Rotterdam – Den Haag en ook de verbinding tussen de Oude Rijn te Leiden/Leiderdorp en de vaarweg richting Katwijk. Anderzijds is de Vliet tussen Delft en Leiden van belang voor de recreatievaart omdat deze route een schakel is in de verbinding Zeeuwse wateren en het IJsselmeer. Op het gedeelte van Den Haag naar Voorschoten ligt de nadruk op recreatievaart. De Vliet vormt onder andere de route naar de Kagerplassen en andere plassengebieden in de regio. In de andere richting voert de Vliet naar de Rotterdamse haven en enkele grote rivieren.

Het landschap waar de Vliet doorheen loopt kent de drukte van de Randstad (Delft, Den Haag, Leidschendam en Leiden). Daartussen zitten verrassend mooie landelijke stukjes. Delft is natuurlijk een toeristische trekpleister. Verder is het gedeelte tussen het pittoreske sluiscomplex in Leidschendam en Leiden een genoegen om te bevaren. Naast de recreatietoervaarders kennen we in beide universiteitssteden Delft en Leiden een aantal studentenroeiverenigingen. Veel roeiers trainen op de Vliet en de verenigingen houden daar wedstrijden De Vliet kent al met al veel gebruikers met ieder een eigen reden om van de vaarweg gebruik te maken. Waaronder zelfs Sint en Piet die in november met de pakjesboot aan diverse kades aankomt. Als de winter goed invalt vinden schaatsliefhebbers ook hun weg naar de Vliet, totdat de ijsbreker een eind maakt aan de schaatspret. Voor de vaarwegbeheerder is het de kunst om alle gebruikers zoveel mogelijk van dienst te zijn met natuurlijk de veiligheid en overige beheeraspecten constant in het achterhoofd. Dat daarbij belangen soms tegenstrijdig kunnen zijn, mag duidelijk zijn.